Vakjargon, definities en afkortingen
Advies
De markt voor las- en snijtechniek is sterk onderhevig aan technologische ontwikkelingen en wijzigende regel- en wetgeving. Voor bedrijven wordt het steeds moeilijker om alle ontwikkelingen te volgen.
Multiweld heeft hoogopgeleide lastechnische medewerkers in huis die klanten kunnen adviseren en begeleiden bij diverse lasprocessen, veiligheidsvraagstukken en projecten.
Neem vandaag nog contact op met onze medewerkers via : +31( 0) 180 - 641 777
A
Aardklem
Foutieve benaming voor werkstukklem. De lasstroom loopt vanaf de stroombron door de laskabel naar de elektrode en via de boog en het werkstuk terug naar de stroombron. De werkstukklem vormt de verbinding tussen de werkstukkabel en het werkstuk.
Austeniet
Een materiaalstructuur waarbij de atomen volgens het kubisch vlakgecentreerde atoomrooster zijn gestapeld. Deze structuur komt bij ongelegeerde staalsoorten alleen voor boven een temperatuur van 723C. Austeniet of (gamma) ijzer is in tegenstelling tot ferriet niet magnetisch. In austeniet kan maximaal 2% koolstof oplossen; deze maximale hoeveelheid koolstof kan alleen op een tempratuur van 1174C worden opgelost.
AUT-systemen
Systemen voor Automatische Ultrasoon onderzoek.
Austenietfase
Temperatuurgebied waarin het staal een austenitische structuur (een kubisch vlakken gecentreerd rooster) heeft.
(kritische) Afkoelsnelheid
De kritische afkoelsnelheid is de minimale snelheid waarmee het staal wordt afgekoeld waarbij martensiet wordt gevormd.
B
Blokgietproces
Gieten van het gesmolten staal in blokvormen.
Borium
Element dat al bij toevoeging van zeer geringe hoeveelheden (0.005 tot 0.003%) invloed heeft op de eigenschappen van het staal.
Bovengrensniveau
De hoogste waarde.
Buigcomponent
Deel van de belasting in de vorm van een buigend moment.
C
Corrosiebestendigheid
Onder corrosiebestendigheid verstaat men de weerstand van het materiaal tegen de vorming van corrosie (oxide of “roest”). Corrosie is de reactie van een metaal met zijn milieu waardoor de eigenschappen van dat metaal nadelig worden beïnvloed.
Condensatiekernen
Kernen waaraan de deeltjes die men wil opvangen zich hechten.
Contactbuis
Mondstuk waar de stroomoverdracht plaatsvindt naar de lasdraad.
Continugietproces
Continu gieten van het gesmolten staal in langgerekte strengen of plakken.
CTOD- waarde
Crack Tip Opening Displacement: vergroting van de afstand tussen de wanden van een scheur bij een beproeving van de breuktaaiheid van een materiaal.
Carbidevorming
Een carbide is een (intermetalische) verbinding tussen koolstof en een metaal. In sommige gevallen zijn carbiden gewenst (bijvoorbeeld verhogen van slijtvastheid), in andere gevallen niet (bijvoorbeeld verlaging van corrosiebestendigheid).
Coërsitieve veldsterkte
De coërcitive veldsterkte is de veldsterkte die nodig is om een gemagnetiseerd staal te demagnetiseren.
D
Doorlassing
Uitstekend deel van de lasverbinding aan de zijde van de grondlaag, ook wel de eerste laag in een volledig door-en-door gelaste verbinding.
Drukgebied
Het materiaal wordt hier niet op trek, maar op druk belast.
E
Elasticiteitsmodulus
Eigenschap van een materiaal die een maat is voor de stijfheid van het materiaal en tot een bepaalde grens de rek van het materiaal onder een trekbelasting bepaalt. In het elastisch gebied geldt de wet van Hooke, met de evenredigheidsconstante:E waarbij de rek die optreedt lineair afhankelijk is van de aangebrachte spanning.
Elektrostaal
Staal dat niet uit erts, maar uit schroot wordt vervaardigd.
Elasticiteit
De elasticiteit is de mate waarop een materiaal een tegenkracht uitoefent als het elastische wordt vervormd. Een materiaal wordt elastisch genoemd, als er relatief weinig kracht voor nodig is om het elastisch te vervormen (bijvoorbeeld rubber).
F
Ferriet
Een materiaalstructuur waarbij de atomen volgens het kubisch ruimtelijk gecentreerde atoomrooster zijn gestapeld. Deze structuur, ook wel (alpha) ijzer genoemd, komt bij ongelegeerde staalsoorten voor onder een tempratuur van 723C. De oplosbaarheid van koolstof in ferriet is veel geringer dan bij austeniet.
Ferritisch
Kubische ruimtelijke gecentreerd atoomrooster van ijzer (staal), ook wel alfa ijzer genoemd.
Flowmeter
Meet de doorstroom van (bescherm) gassen (of vloeistoffen).
Flare tower
Hoge concentratie voor het afvlammen van vrijkomende gassen.
G
Gekalmeerd staal
Volledig gedesoxideerd staal door toevoeging van sterk werkende oxidatiemiddelen zoals silicium of aluminium, zodat bij stolling geen gasvorming (CO) meer optreedt. Ook wel rustig staal genoemd.
Gelegeerd staal
Elke staalsoort met een gespecificeerde chemische samenstelling waarin één van de grensgehalten zoals gedefinieerd in de norm EN 10020 – wordt overschreden, te weten:
1,65% mangaan,
0,50% silicium
0,40% koper of lood
0.30% chroom of nikkel
0,10% aluminium, bismut, kobalt, selenium, tellurium, vanadium of wolfram
0,08% molybdeen
0,06% niobium
0,0008% borium
0,05% van enig ander legeringselement, met uitzondering van koolstof, stikstof, fosfor, of zwavel.
Globulair gebied
Gebied waarin de materiaaloverdracht plaatsvindt in de vorm van druppels die een grotere diameter hebben dan de toegevoerde draad. Dit kan storend werken. Omdat het spatgedrag toeneemt en af n toe kortsluitingen.
Gehomogeniseerd
Door middel van een warmtebehandeling wordt een gelijkmatige structuur verkregen.
Gording
Balk die normaliter horizontaal over de lengterichting van het dak loopt en het dakbeschot met de dakbedekking draagt.
Grosser Eignungsnachweis
Certificaat vereist voor het leveren van bouwconstructies in Duitsland (tegenwoordig Hersteler Nachweiss).
Giethuid
De giethuid is de oxidehuid op het oppervlak dat tijdens het gietproces ontstaat.
H
Hysterese
Waneer de veldsterkte stijgt vanaf het nulpunt naar een hoge waarde en daarna weer terugloopt dan wordt geobserveerd (tijdens een meting) dat het magnetisch veld niet volledig teruggaat naar het nulpunt. Dit fenomeen wordt Hysterese genoemd, en de karakteristieke grafiek een hysteresis-lus.
HiLo
Hoogteverschil tussen de (binnen) kanten van de te verbinden pijpdelen, als gevolg van onrondheid of andere maatafwijkingen die een goede doorlassing bemoeilijken.
Hot pass
Laslaag over de grondlaag met een hoge stroom, die de doorlassing kan verbeteren.
Homogeniteit
Mate waarin het materiaal van dezelfde samenstelling is.
Hooggelegeerd staal
Staal dat tenminste één element bevat waarvan het gehalte gelijk of hoger is dan 5% Bij aanduiding van een type hooggelegeerd staal volgens de verkorte schrijfwijze is dat herkenbaar, deze aanduiding begint namelijk met de letter X.
Hydrostatisch
Onder waterdruk.
HSC frezen
De freeskop roteert met een zeer hoog toerental en beweegt ongeveer tien keer sneller over het werkstuk dan bij het conventionele frezen.
Hardheid
Hardheid is de weerstand die het metaal biedt tegen (blijvende) indrukking. Eenheid:
HV (vickers)
HB (Brinell)
HRC (Rockwell met kegel)
HRB (Rockwell met kogel)
HK (Knoop)
I
Inhomogene samenstelling
In het materiaal bevinden zich gebieden die qua eigenschappen van elkaar verschillen.
Insluitsel
In de regel ongewenst achtergebleven materiaal in vaste vorm, na het stollen van het gesmolten materiaal. Bijvoorbeeld metaaloxiden, slak of gasvorming (porositeit).
Insluitselverdeling
Verdeling in het kristalrooster van de insluitingen.
Inverterschakeling
Hierbij wordt een gelijkspanning omgezet in een wisselspanning met een instelbare amplitude en frequentie.
Inductief
Werkend op inductie, dat optreedt bij een geleidende component terwijl er zich een verandering van stroom voordoet. De veranderende stroom veroorzaakt een veranderend magnetisch veld om het component heen. Deze inductie uit zich als een spanning die de oorzaak van de verandering van de stroom tegenwerkt. Middels deze spanning kan een naadvolgsysteem worden gestuurd zonder contact te maken met het werkstuk.
Insnoering
Insnoering is een lokaal sterke afnemende doorsnede. In een trekproef vertaalt dit zich in een zeer grote lokale rek na het passeren van de maximale treksterkte
K
Kerfslagproef
Zie kerfaaiheid.
Kerfaaiheid
Weerstand van materiaal tegen bros breken. Dit wordt bepaald met de kerfslagproef, waarbij de energie in Joules wordt gemeten die nodig is om een vooraf geprepareerd proefstuk met een daarin aangebrachte kerf bij een bepaalde tempratuur waarbij het breukgedrag overgaat van taai naar bros, de overgangstemperatuur, is bepalend voor de gebruikstemperatuur van een constructie.
L
Laslensdiameter
Diameter van het lensvormige verbonden deel van de las.
Laaggelegeerd staal
Staal, bijvoorbeeld warmvaststaal, met als regel een koolstofgehalte van minder dan 0,2% en vaak gelegeerd met minder dan 2% chroom en minder dan 1& molybdeen.
Lamellaire scheurvorming
Scheurvorming die min of meer evenwijdig is aan de walsrichting van het materiaal als gevolg van hoge lokale spanningen en lage taaiheid in de dikterichting. Deze vorm van scheuren kan ontstaan als gevolg van in de lengterichting van het materiaal uitgewalste insluitsels en de door het lassen ontstane trekspanningen loodrecht op de waslrichting.
Laslensdiameter
Diameter van het lensvormige verbonden deel van de las.
M
Martensiet
Een harde en brosse verschijningsvorm van staal, waarin de ijzeratomen zoals bij ferriet kubisch ruimtelijk gecentreerd zijn, Maar wegens de koolstofatomen op de assen is deze verschijningsvorm meer tetragonaal ruimtelijk gecentreerd. Martensiet ontstaat wanneer austeniet met een hoge concentratie koolstof snel wordt afgekoeld en er geen tijd is voor koolstofdiffusie. Er is dan geen tijd om cementiet te vormen en de koolstof blijft gedwongen in de ferriet, dat bijna geen koolstof wil bevatten. Dit zorgt voor veel interne spanningen en maakt het staal erg bros. Deze verschijningsvorm is niet stabiel.
Martensitisch
Een harde en brosse verschijningsvorm van staal, waarin de ijzeratomen zoals bij ferriet kubisch ruimtelijk gecentreerd zijn. Maar wegens de koolstofatomen op de assen is deze verschijningsvorm meer tetragonaal ruimtelijk gecentreerd. Martensiet ontstaat wanneer austeniet met een hoge concentratie koolstof snel wordt afgekoeld en er geen tijd is voor koolstofdiffusie. Er is dan geen tijd om cementiet te vormen en de koolstof blijft gedwongen in de ferriet, dat bijna geen koolstof wil bevatten. Dit zorgt voor veel interne spanningen en maakt het staal erg bros. Deze verschijningsvorm is niet stabiel.
Microlegeren
Het toevoegen van kleine hoeveelheden legeringelementen tot een totaal van slechts 0,05 tot 0.10% Elementen – met slechts kleine hoeveelheden toegevoegd – die de eigenschappen van het staal beïnvloeden zijn borium, vanadium and niobium.
Meerdraadsysteem
Systeem met meer dan één stroomvoerende draad.
MAC- waarde
Maximaal aanvaarde concentratie.
N
Neersmeltsnelheid
Hoeveelheid neergesmolten lastoevoegmateriaal per tijdseenheid, bijvoorbeeld uitgedrukt in kilogram per uur of gram per minuut.
Nitreerbaarheid
Onder nitreerbaarheid verstaat men de mate waarin een materiaal te nitreren is. Nitreren is een warmtebehandeling waarbij stikstofatomen in het oppervlak van het staal wordt gebracht waardoor een harde laag ontstaat.
O
Ongekalmeerd staal
Staal dat niet volledig gedesoxideerd is. Bij het gieten van ongekalmeerd staal verloopt het stolen onrustig, omdat er een sterke gasontwikkeling (CO) optreedt.
Oxidehuid
Zeer dunne isolerende, geoxideerde laag die het moedermateriaal bedekt. Bij aluminium neemt deze laag vocht en dus ook waterstof op, waardoor bij het lassen poreusheid kan ontstaan.
Oxidevorming
Er wordt een verbinding aangegaan met zuurstof.
Ongelegeerd staal
IJzerlegering die maximaal 1,5% aan legeringelementen (exclusief koolstof) bevat. Ongelegeerd staal is het meest gebruikte constructiestaal, het is relatief sterk, is relatief goedkoop en erg goed lasbaar.
P
Peltest
Met een tang of bankschroef eenvoudig uit te voeren destructieve beproeving van een puntlas, waarbij de gelaste delen uit elkaar worden getrokken. Dit is bedoeld om te zien of de las uit één van de platen kan worden getrokken of dat er afschuiving op een van de plaatsdelen optreedt.
Plastische scharnier
Deel in het materiaal dat door belasting boven de vloeigrens vervormt.
Polykristalijn ijzer
In tegenstelling tot monokristalijn uit vele kristallen bestaand ijzer.
Pulsecho-techniek
Ultrasoon onderzoekmethode waarbij middels een elektrische puls het piëzo- elektrische kristal van de taster in trilling wordt gebracht en zich in het te onderzoeken werkstuk doordringt totdat deze golf hierin een onvolkomenheid treft die weer als trillingsbron gaat fungeren en een golf terugzendt. Deze is als foutecho zichtbaar.
Perliet
Karakteristieke materiaalstructuur in staal, met een na etsing parelmoerachtige glans. Perliet ontstaat (als eutectoïde bij ijzer met 0,77%C) na afkoeling van austeniet en bestaat uit lagen ferriet en cementiet.
Precipitatiegehard
Harding door intermetallische uitscheiding.
Precipitaathardend
Harder wordend door de vorming van vaste uitscheidingen.
Permeabiliteit
Permeabiliteit is de numerieke relatie tussen de magnetisatie(B) en de veldsterkte(H) en beschrijft de mate waarin het materiaal magnetiseerbaar is.
Profielkam
Kamvormig gereedschap voor het zichtbaar maken van de contouren van het (las)oppervlak.
Pinchkrachten
Krachten dwars op de draad en naar de boog toe gericht, die de afsplitsing van de druppels en als zodanig de materiaaloverdracht bevorderen.
Q
Quenched & tempered staal
Koudgewalst, gehard en ontlaten laaggelegeerd staal met hoge sterkte.
R
Roller Quench installatie
Walsinsallatie waarin het materiaal wordt afgeschrikt.
Ruwijzer
Het materiaal dat ontstaat in de eerste fase van het hoogovenproces, waarbij ijzererts wordt omgezet in ijzer. Gestold ruwijzer is een hard, bros, moeilijk buigbaar materiaal met een hoog koolstof gehalte.
Rekgrens
Bij veel materialen is tijdens de trekproef niet duidelijk aan te geven waar het vloeien begint(Re). In die gevallen wordt het punt bepaald waarbij het materiaal 0,2% vervormt. Dit punt wordt de o,2% rekgrens genoemd.
Rek
Rek is het langer worden (ten opzichte van het origineel) van een materiaal door trekbelasting.
Remanentie
Remanentie is de inductie (B) die achterblijft vin een magnetisch circuit nadat het magnetische veld is weggenomen. Remanentie wordt ook wel remanent magnetisme of remanente inductie genoemd.
S
Sulfiden
Verbindingen met zwavel.
Sulfidische insluitsels
Ingesloten verbindingen met zwavel.
Smeltlijn
Scheidingslijn tussen materiaal dat wel en niet gesmolten is (geweest).
Spanningsarmgloeien
Inwendige spanningen in het materiaal verlagen door verhitting.
Shunt- geregelde stroombron
Stroombron waarbij de regeling van de stroom plaatsvindt via een inductieve weerstand (‘kortsluiting’) in de transformator.
Slijtvastheid
Onder slijtvastheid verstaat men de weerstand van een materiaal tegen slijtage. Slijtage is het verwijderen van (vaste) deeltjes materiaal door wrijving.
Smeedbaarheid
Onder smeedbaarheid verstaat men de mate waarin een materiaal door slag en stoot (smeden) te vervormen is
T
Tekkentest
Van oorsprong Japanse beproeving voor koudscheurgevoeligheid waarbij een las in een open Y-vormige naad wordt gelegd met een vastgelegde warmte-inbreng. Door de overgebleven spleet tussen de gelaste delen ontstaat spanningsconcentraties. Door de voorwarmtempratuur te variëren, kan een waarde worden bepaald waarbij geen scheuren meer ontstaan.
TM-walsproces
Thermisch mechanisch walsen met een einddeformatie in het laag austenietgebied. Daarbij ontstaan materiaaleigenschappen die niet zouden worden behaald dooruitsluitend een warmtebehandeling.
TOFD- inspectie
Time of Flight Diffraction inspectie is een op ultrasoon onderzoek gebaseerde techniek. Daarbij kunnen niet alleen onvolkomenheden worden gedetecteerd, maar ook foutgroottes worden vastgesteld.
Treksterkte
Hoogste trekspanning die in een materiaal kan optreden alvorens breuk optreedt.
Trekbelasting
Mechanische spanning die het materiaal kan uitrekken.
Turn-key project
Project waarbij de leverancier ervoor zorgt dat bij aflevering de productie direct van start kan gaan.
Thyristor stroombron
Stroombron waarbij de regeling plaatsvindt middels een thyristor. Dit is een halfgeleider met de werking van een elektronische schakelaar, die geschikt is om grote vermogens bij hoge spanningen met betrekkelijk weinig verlies te schakelen.
Taaiheid
De breekrek (rek gemeten van Rm tot breuk) wordt beschouwd als een maat voor de taaiheid. Hoe hoger de breekrek, hoe taaier het materiaal. De kerfslagproef is ook een maat voor de taaiheid
(hoge) Temperatuurstabiliteit
Hoge temperatuurstabiliteit houdt in dat er pas op een hoge temperatuur ongewenste carbiden en andere (intermetallische) verbindingen worden gevormd.
U
Ultrasoon
Geluid met een dusdanig hoge frequentie dat het voor het menselijk oor niet meer waarneembaar is.
Uitlijnfouten
Uitlijnigheid tussen gelaste delen. De oppervlakken liggen wel parallel, maar ze liggen niet in elkaars verlengde zoals vereist.
Ultrasoon frezen
Machinale bewerking met een met hoge frequentie pulserende snijkop.
V
Veroudering
In de loop van de tijd toename van de hardheid en de vloeigrens, terwijl de breekrek en de insnoering afnemen. Het gevaar voor brosse breuk neemt dan toe.
Vakwerkligger
Ligger die bestaat uit vakwerkdelen met als doel de stijfheid van de constructie te vergroten. De vakwerkligger is samengesteld uit staven die een aaneengesloten driehoek vormen. Ze worden toegepast bij de grotere overspanningen.
Verkant
Afwisselend aan de ene en aan de andere kant.
Vacuümpanbehandeling
Behandeling in een afgesloten ruimte waarin vacuüm of onderdruk heerst.
Vloeigrens
Belasting van het materiaal waarboven vloeien optreedt. Bij trek boven deze waarde neemt de lengte toe zonder dat de spanning toeneemt.
Verspaanbaarheid
Onder verspaanbaarheid verstaat men de mate waarin het materiaal te verspanen is.
W
Warmtebeïnvloedzone
Deel van het moedermateriaal onmiddellijk grenzend aan het lasmetaal dat niet gesmolten, maar wel boven een bepaalde tempratuur is geweest zodat daarin structuurveranderingen zijn opgetreden. Wordt ook wel aangeduid als WBZ of HAZ (heat affected zonde).
Wattverlies
Wattverlies is het energieverlies door het opwarmen van het staal in een snel wisselend magnetisch veld.